Als mensen horen dat ik dichter ben, beginnen ze meestal vol ongeloof naar me te kijken. Hetzelfde heeft mijn meissie als ze vertelt dat haar man een dichter is. Want zo een stoffig dichtertje is toch niks voor haar. Het strookt ook niet met hoe ik eruit zie. Tenminste, in de ogen van de mens vol goedbedoelde vooroordelen. Een getatoeëerde man, redelijk vlot gekleed al zeg ik het zelf, haartjes altijd netjes gecoupeerd, mooie hippe zonnebrilletjes, diehard fan van die club op Rotterdam-Zuid en een grote muil. En als die opengaat, komt er een aardig plat taaltje uit. En menigeen heeft ook weleens een knal op zijn waffel van mij gehad. Niet echt iemand die men associeert met poëzie.

 

Toch onder al dat alles, binnen in bij mij, ziet het er heel anders uit. De stoerheid is weg, en er is een drukte in mijn hoofd die mij vaak niet langer dan een aantal minuten de aandacht bij iets kan laten houden. En dat hart, dat hart is helemaal niet zo groot. Regelmatig jank ik om een ontroerend liedje als Albachiara van Vasco Rossi of om het laatste concert van Alice in Chains. En als ik aan mijn overleden moeder denk, dan zak ik bijna in elkaar omdat ik weet dat we nooit meer lachend op de bank zitten wanneer we allebei in dezelfde week onze teen breken. En oh wee, als ik de laatste beelden van Marco Simoncelli waar hij verongelukt in de MotoGP van Sepang zie, of de begrafenis van Marco Pantani. De gedoemde, altijd bergop strijdende wielrenner die bang voor de wereld, zielloos alleen een overdosis coke door zijn neus joeg. Dan ben ik echt een klein kind en brul ik alles bij elkaar.

 

Het is niet zo dat ik mij anders voordoe dan hoe ik werkelijk ben. Ik hou van mijn haartjes en mijn zonnebrilletjes. En misschien is het wel een soort van zelfbescherming. Bang om mezelf te kwetsbaar op te stellen. Of misschien wel bang voor mijzelf? Want wat is er meer confronterend dan jezelf in de spiegel zien?

 

Maar daar ligt wel mijn dichter zijn. Diep opgesloten voor de buitenwereld. Gekooid als een wild beest of demon. Geketend om wat voor ravage het kan aanrichten. Eens in de zoveel tijd open ik de deur en laat ik het vrij. Dan durf ik de boze buitenwereld een kijkje te laten nemen in die diepe en donkere krochten van mijn bestaan. Dan publiceer ik een gedicht of brul ik mijn poëzie over liefde, angsten en toekomstdromen in de kroegen en festivals van stoelen, tafels en podia aan iedereen die het maar wil horen. Toegegeven, als ik voordraag, heb ik een aantal biertjes nodig om die grote muil van mij open te trekken. Bloot als ik mij geef als een pasgeboren baby.

 

Het schrijven van gedichten heeft misschien wel een heilzame werking op mij. Om dingen los te kunnen laten. Ze zeggen niet voor niets als je het niet kan zeggen, dat je het van je af moet schrijven. Een soort van zelfmedicatie. Om de rust weer te vinden die je kwijtgeraakt bent. Waar je wanhopig naar op zoek bent. Als dat samen moet gaan met jezelf af en toe bloot geven, dan zit er geen andere keus op. Tenminste, niet voor mij. En misschien is dat schrijven wel genoeg. En zijn die voordrachten helemaal niet nodig. Is het misschien ook wel een beetje geilen op jezelf. Gelukkig heb ik dan wel mooie haartjes en coole zonnebrilletjes. Want van zo een stoffig dichtertje, zou ik nooit een harde piemel krijgen.

Mooie haartjes en coole zonnebrillen

Mark Boninsegna

gastblog

2 mei 2014
Mark Boninsegna

Mark Boninsegna (1976) is een Nederlands- en Engelstalige dichter. Momenteel is hij stadsdichter van Lansingerland. Hij schreef de dichtbundels 'Fifty fifty' (2008) en 'Hier ben ik' (2011). Mark was ook zanger van de bands 'Zodiac Zoo', 'Access Denied', 'Four 4 the road' en 'Blues Digger'. 

Foto: DCH Photography

  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey LinkedIn Icon
  • Grey Tumblr Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey YouTube Icon
  • Grey Instagram Icon