Het verbaast me ook niet. Natuurlijk denkt hij dat dames voorgaan op de trap. Proleet. Bij iedere trede ben ik me bewust van de aanspanning van mijn spieren. Ik voel zijn ogen mijn billen betasten. Halverwege de trap houd ik in en werp een blik in de gang van de eerste verdieping. Dozen oud papier, rijen lege flessen en een aanrecht vol vieze vaat, aangekoekt en wel. Maarten zal wel slapen, zijn deur zit dicht. Jammer. Het zou fijn zijn als hij een biertje kwam doen.
                Ietwat buiten adem duw ik bovenaan de lange, steile trap de grijze klapdeur open. Ik wacht tot Bjorn of Björn hem aanneemt. Hij strekt zijn arm uit en zijn hand raakt vluchtig de mijne. Hoe doorzichtig. We passeren de deuren van mijn huisgenoten op de tweede verdieping. Het is stil in huis. Mijn kamer is aan het eind van de hal. Ik steek de ouderwetse, grote sleutel in het slot, een onding aan mijn sleutelbos. De deur klemt een beetje, dus ik moet eraan hangen om de sleutel om te draaien.  Hij volgt al mijn bewegingen. Terwijl ik de deur open, kijk ik kort achterom naar hem en glimlach flauwtjes.

 

De vloerbedekking ligt half los en zit onder de verfspatten. Her en der blikken verf, houten spatels en kwasten in terpentine.
  ‘Let niet op de puinhoop, ik ben nog aan het schilderen.’
Ik zal blij zijn als het eindelijk klaar is. Ik zit nu al een half jaar in de zooi. Ik weet gewoon niet hoe ik het af moet krijgen. In het begin heb ik veel hulp gehad en toen ging het snel. Maar nu. Het lijkt wel of er geen eind aan komt. Ik doe af en toe een stukje als ik niet hoef te werken en geen college heb, maar het schiet niet op.

 

  ‘Ga zitten.’ Ik gebaar richting de zithoek.
Hij blijft naast me staan. Ik leg mijn sleutels op het plankje onder mijn hoogslaper, naast de Pickwickdoosjes. Ik heb graag verschillende smaken om uit te kiezen. Cactusvrucht vind ik het lekkerst.
  ‘Ga nou maar zitten’, zeg ik.
  ‘Mag ik niet bij je staan?’
Ik werp hem een geïrriteerde blik toe. Gedurende een fractie van een seconde duwt hij zijn oogbollen iets naar buiten. Het is nauwelijks te zien, maar ik registreer het.

 

Ik pak twee biertjes uit de koelkast. Ik ben blij dat die tegenwoordig niet meer in de keuken staat. Nu ‘lenen’ mijn huisgenoten tenminste geen bier. Bjorn of Björn gaat zitten op mijn plaats in de hoek van de bank. Ik neem de fauteuil.
  ‘Kom je niet bij me zitten?’
  ‘Ik zit hier prima.’
  ‘Mooie kamer heb je. Gaaf die ornamenten op het plafond.’ Hij gooit het kennelijk over een andere boeg.
  ‘Dank je. Ja, heel blij mee. Eerst had ik de kamer hiernaast, een klein hokje.’
  ‘Relaxt dat je kon doorschuiven. Woon je allang in dit huis?’
  ‘Een klein jaar nu.’
  ‘Wat studeer je trouwens?’
  ‘Nederlands.’
  ‘O, dus ik mag wel op mijn woorden letten.’

Het verbaast me dat het zo’n onzeker typje is. Eigenlijk valt hij ook wel mee. Hij is best aardig.

Cactusvrucht

verhaal

28 mei 2015
Cactusvrucht

Lees helemaal:

  ‘Kom eens hier.’ Hij klopt met zijn hand op de bank.
Ik weet niet wat hij zich verbeeldt, maar ik dacht dat ik nu toch wel had laten merken dat ik niet van zijn avances gediend ben. Ik schud mijn hoofd. Hij strekt zijn armen naar me uit. Ik blijf zitten.
  ‘Dan kom ik wel naar jou toe.’
Hij staat op en zet twee stappen richting mijn stoel. Ik frons mijn wenkbrauwen. Hij buigt zich voorover. Ik kijk omhoog naar hem en trek mijn mondhoeken een beetje op. Ik weet niet zo goed wat ik met deze situatie aan moet. Hij legt een hand op mijn achterhoofd en trekt mijn gezicht naar zich toe. Ik verzet me niet. Ik weet niet waarom niet. Zijn andere hand vouwt hij onder mijn kin. Zachtjes maar dwingend drukken zijn duim en wijsvinger tegen mijn kaken. Mijn mond opent als vanzelf. Ik laat het gebeuren. Ik werk niet mee, maar stribbel ook niet tegen. Zijn lippen raken de mijne. Hij duwt zijn tong naar binnen. Kussen maakt niet zoveel uit. Ik heb wel meer kerels gezoend die ik eigenlijk niet leuk vond. Maar ik wil wel dat hij zo naar huis gaat.

 

Hij trekt me aan mijn armen omhoog en leidt me naar de bank. Hij gaat zitten op zijn plaats in de hoek. Mijn armen houdt hij vast. Niet bij mijn handen maar bij mijn polsen, zoals een moeder bij haar kind om te voorkomen dat het slaat. Ik sta en kijk op hem neer, maar ik voel me klein. Hij draait me een kwartslag zodat mijn knieholtes tegen zijn benen aan komen. Mijn knieën buigen automatisch. Ik zak over hem heen op de bank. Mijn benen liggen op zijn schoot. Hij kijkt naar me, maar zegt niets. Ik zeg ook niks.
                Hij streelt de binnenkant van mijn benen. Ze gaan iets uit elkaar. Ik begrijp niet dat mijn lichaam op zijn aanraking reageert. Ik duw mijn benen weer tegen elkaar aan.  
  ‘Mevrouw heeft principes?’
  Ik glimlach, maar mijn lip trilt. ‘Ik ga niet voor de eerste de beste met de benen wijd.’
  ‘Noem je mij de eerste de beste?’

 

Ik gooi mijn benen van hem af en ga rechtop zitten. Ik neem mijn pakje Marlboro van de glazen salontafel. Hij observeert me. Ik stop een sigaret tussen mijn lippen. Een klein vlammetje schiet omhoog bij de eerste trek.
  ‘Ik doe het nooit als ik een meisje nog niet ken. Dus maak je geen zorgen.’
  ‘Ik maak me ook geen zorgen. Ik doe het namelijk überhaupt niet met jou.’
Hij neemt een slok van zijn bier. Gelukkig, het is bijna op.

  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey LinkedIn Icon
  • Grey Tumblr Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey YouTube Icon
  • Grey Instagram Icon