De kleffe hand van de buurman kan ik missen. Net als de plakkerige zoenen van de vage kennis die ik vrijwel nooit zie. Dat mijn moeder en mijn zus me niet meer kussen, doet de tranen echter stromen over mijn wangen. Mijn hart scheurt open als ik de afstand tussen ons voel. Het reinigen van mijn katheter door de verpleegster, is de enige intimiteit die ik nu nog ervaar. Ik huil van binnen. Ik wil mijn familie kussen en knuffelen en ik wil hun handen vastpakken wanneer een van ons verdriet heeft. Moet ik boos op ze worden omdat zij dat niet willen?

 

Zelf behoor ik tot de zwakkeren van onze samenleving. Ik val ik in de categorie ‘ouderen en chronisch zieken’. Ik loop een groot risico om heel ziek te worden van corona en er misschien wel aan te overlijden. Toch ben ik bereid het risico op corona te nemen. Ik wil niet leven op anderhalve meter afstand van mijn familie. Ik wil geen mondkapjes dragen. En ik wil niet als een melaatse behandeld worden wanneer ik hoest of nies. Ik wil met kerst naar de nachtmis kunnen en carnaval vieren in Oeteldonk. En als dat betekent dat ik corona krijg, dan is dat zo. In de natuur geldt nu eenmaal het recht van de sterksten.

 

Ik begrijp heus de paniek tijdens de eerste coronagolf. De druk op de ziekenhuizen was enorm. De regering bedacht dat we weliswaar allemaal corona moesten krijgen, alleen niet allemaal tegelijk. De hele samenleving was bang en hield zich dus aan de coronaregels. Kankerdiagnoses werden niet gesteld, bejaarden vereenzaamden en de economie belandde in een crisis. Mensen sterven aan kanker, aan eenzaamheid en door werkloosheid en faillissementen, maar die doden komen niet in de corona-statistieken. Blijven we echt voorrang geven aan de coronalijders?

Coronalijders

blog

7 oktober 2020

Coronalijders

Lees ook:

Kankermonster
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey LinkedIn Icon
  • Grey Tumblr Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey YouTube Icon
  • Grey Instagram Icon