Mijn jongste dochter (1) smeert vakkundig spinazie in heur haar. Klaarblijkelijk heeft ze geen zin meer om het op de grond te gooien. Zij is een driftkop pur sang die – hoe jong ze ook nog is – dondersgoed weet wat niet mag en het daarom onbekommerd onderneemt. Als ik haar vermanend toespreek, dan gooit ze zich achterover, ongeacht waar ze is, en houdt haar lijfje stijf terwijl haar snoetje rood tot donkerpaars aanloopt.

Mijn oudste dochter (3) jammert bij iedere hap dat ze geen gnocchi lust. Dan begint ze hysterisch te huilen omdat het haar niet lukt om de klonten door te snijden. 

Mijn geliefde kijkt berustend en zegt: 'Nog twee uur, dan liggen ze op bed.'

Ik weet mijn kalmte te bewaren. Het is tot dusver slechts twee keer voorgekomen dat ik uit pure frustratie en razernij, om erger te voorkomen, de avondmaaltijd alleen in mijn werkkamer heb genuttigd.

Zo verstrijken de dagen in hetzelfde afstompende ritme. Meer is er momenteel niet. Ik ben allang blij dat ik geen ouwe spinster ben die 's avonds een glas rode wijn drinkt met een poes op schoot. De staat van zijn is evenwel eender; er wordt veel wezenloos in de ruimte gestaard, hersenactiviteit is er amper te bespeuren.

 

'Zo jongedame,' zeg ik, 'het is bedtijd.'

'Dat ben ik niet,' zegt de oudste, 'ik ben toch geen jongen.'

'En van dame is ook geen sprake,' zeg ik, 'maar we gaan nu naar boven.'

 

Uitgeput plof ik op de bank en blijf daar zitten, zelfs niet meer in staat om een biertje te drinken. Om dat genot te proeven zou ik moeten opstaan, naar de keuken moeten lopen, de ijskast moeten openen, handelingen moeten verrichten om het blikje te openen, etc. De energie ontbreekt me dusdanig dat de voordelen van een biertje momenteel niet opwegen tegen de nadelen.

 

Later op de avond drink ik toch bier (ik sta zelf ook versteld van mijn krachten) en kijk naar de documentaire Dit is alles die handelt over de Nederlandstalige popgroep Doe Maar. Er worden beelden vertoond van meisjes in bebuttonde spijkerjacks, het jaar is 1984. Hoe leuk zou het zijn als die mode weerkeert in het straatbeeld? Dan realiseer ik me dat al die meiden inmiddels dik in de veertig zijn. 

Dit is alles

Daniël Dee

gastblog

3 januari 2014

Daniël Dee

Fotograaf: Lex Zonneveld

Daniël Dee (1975) is schrijver en stadsdichter van Rotterdam. Van zijn hand verschenen onder meer de dichtbundels '3D-schetsjes van onvermogen' (2002), 'Vierendeel' (2005) en 'Monsterproof' (2010), de verhalenbundel 'Vrouwen en ik eerst' (2012) en de novelle 'De zondige daad' (2013).

Lees ook:

 

                        Roze pluche handboeien 

 

 

 

                        Recensie 'De zondige daad'

 

 

 

                        Schrijver met perverse fantasieën

Roze pluche handboeien
De zondige daad - Daniël Dee
Schrijver met perverse fantasieën
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey LinkedIn Icon
  • Grey Tumblr Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey YouTube Icon
  • Grey Instagram Icon