Het weer was wel een dingetje deze vakantie (ik dacht: ik gebruik ook eens populaire taal). Airco en een schaduwplek leken me niet nodig toen ik boekte in de Italiaanse streek Abruzzo, halverwege de oostkant van de laars. In het bergdorpje van mijn huisje was het immers gemiddeld 23 °C. Aan wiskunde heb je echter helemaal niets. Ook met een gemiddelde temperatuur van 23 °C is 40 °C niet te harden. Noodgedwongen vluchtte ik dus weg uit het huisje en bekeek de nationale parken van Abruzzo. De enige plaats waar het aangenaam toeven was, bleek namelijk in mijn airconditioned auto.
                De tweede week in Apulië, de hak van de laars, was het weer perfect. Overdag lag ik heerlijk aan het zwembad en ’s avonds bekeek ik de grappige huisjes met puntdaken in Alberobello en de universiteitssteden Bari en Lecce. De derde week reisde ik verder naar Calabrië, naar de onderkant van de voet van de laars. Het regent er in de zomer nooit, maar ik geloof dat het weer in Italië deze keer een beetje van slag was. Iedere middag onweerde het een paar uur lang. Daar heb je dan 2.500 kilometer voor gereden.
                Dus ontvluchtte ik ook het zuiden en vierde de laatste week van mijn vakantie in het noorden. Wie had nou ooit gedacht dat ik voor het mooie weer naar het noorden zou gaan? Dat wil zeggen, naar het noorden van Italië. Want al sinds ik thuis ben, komt het in Nederland met bakken uit de lucht. Van al die verhalen over een mooie zomer in Nederland geloof ik natuurlijk niets meer. Ik geloof dat ik binnenkort maar weer vertrek.

Ik vertrek

​blog

19 augustus 2015
Ik vertrek

Lees ook:

Montagne, mare, mafia
De Italiaanse man
De laatste reis
Roma en Amor
Bosschenaren, Groningers, Spiekendorpers en Italianen.jpg
Veel. Te. Warm.
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Twitter Icon
  • Grey LinkedIn Icon
  • Grey Tumblr Icon
  • Grey Pinterest Icon
  • Grey YouTube Icon
  • Grey Instagram Icon